← Terug naar artikelenEntertainment

Hekserij in Amsterdam en Beverwijk: duistere verhalen uit Noord-Holland

Gepubliceerd op 2026-10-24Solutions Directes Pro

Hekserij in Amsterdam en Beverwijk: duistere verhalen uit Noord-Holland

De straten van Amsterdam en de dorpswegen rond Beverwijk bewaren een duister geheim. Eeuwenlang leefden de inwoners van Noord-Holland in de schaduw van hekserijbeschuldigingen, processen en executies. Van de brandstapel op de Dam tot de fluisterverhalen in de Kennemerland-dorpen — deze regio kende haar eigen heksenjacht, minder berucht dan die van Roermond of Limburg, maar niet minder angstaanjagend. Dit artikel duikt diep in de vergeten geschiedenis van hekserij in Amsterdam en Beverwijk en brengt de verhalen terug die generaties lang zijn doorverteld.

Heksenprocessen in Amsterdam: van beschuldiging tot brandstapel

Wie was de eerste persoon die in Amsterdam als heks werd geëxecuteerd?

De eerste gedocumenteerde heksenexecutie in Amsterdam vond plaats op 10 januari 1542. Het slachtoffer was Engel Dirks, een vrouw afkomstig uit Friesland die in de stad woonde. Haar zaak onthult hoe de Amsterdamse rechtbank omging met een fenomeen dat ze nauwelijks begreep.

Engel Dirks werd in 1541 gearresteerd op beschuldiging van toverij. Het probleem was dat Amsterdam geen ervaren heksenmeester had — geen enkele functionaris in de stad wist hoe een vermeende heks moest worden ondervraagd of beoordeeld. De schout en schepenen raadpleegden het Hof van Holland in Den Haag voor juridisch advies. Tegelijkertijd stuurden ze schepen Albert Dirkszoon Fasol en secretaris Dirk Wouterszoon naar Utrecht om hulp te zoeken bij Mr. Dirk van Zuylen, de secretaris van Justitie aldaar, die ervaring had met het ondervragen van verdachte heksen. Ook de Minderbroeders — de Franciscanen die nabij de huidige Nieuwmarkt gevestigd waren — verwezen hen door naar een zekere Gerrit van Zutfen in Utrecht, die een exorcisme zou uitvoeren.

Na maandenlange voorbereiding bekende Engel Dirks onder marteling dat ze haar christelijk geloof had afgezworen, een pact met de duivel had gesloten en toverij had beoefend. Het vonnis was vernietigend: dood tot pulver — verbranding op de brandstapel totdat er niets meer van haar resteerde. De executie werd voltrokken op de Dam, het hart van Amsterdam, door de scherprechter. De archiefstukken van deze zaak — Stadsarchief Amsterdam nummers 5014-10-68 en 5014-10-69 — zijn tot op de dag van vandaag bewaard gebleven.

Welke andere heksenprocessen vonden plaats in Amsterdam?

Na Engel Dirks volgden meer processen. In 1555 werden Anna Jansdochter en haar dochters Lysbeth en Jannetje beschuldigd van het afzweren van het christendom, het sluiten van een duivelspact, het beoefenen van toverij en het besmetten van anderen. Het vonnis was wreed in zijn opzet: Lysbeth en Jannetje moesten levend worden verbrand, terwijl hun moeder Anna gedwongen werd om vanaf het schavot toe te kijken. Pas daarna zou zij zelf de brandstapel bestijgen. Meyns Cornelis werd datzelfde jaar de laatste persoon die in Amsterdam op de brandstapel belandde voor hekserij.

Andere vrouwen werden wel beschuldigd maar vrijgesproken. Mary Holleslooten en Jacoba Bam werden door familieleden aangeklaagd wegens toverij, maar de Amsterdamse schepenen oordeelden dat er onvoldoende bewijs was en spraken hen vrij. Dit nuanceverschil toont aan dat Amsterdam, ondanks de gruwelijke executies, niet blind was voor de risico's van valse beschuldigingen.

Tussen 1541 en 1566 vonden er in Amsterdam meerdere hekserijprocessen plaats, maar het totale aantal veroordelingen bleef beperkt. De stad was daarin representatief voor de bredere trend in de provincie Holland: in totaal werden hier tussen 1501 en 1700 zo'n 275 vrouwen beschuldigd van hekserij, van wie er 96 daadwerkelijk werden berecht en 32 stierven in gevangenschap of op de brandstapel.

De raadselachtige opstand in het Burgerweeshuis

Wat gebeurde er in 1566 in het Amsterdamse Burgerweeshuis?

Een van de meest fascinerende episodes in de Amsterdamse hekserijgeschiedenis speelde zich af in 1566 in het Burgerweeshuis. Plotseling begonnen de weeskinderen zich wild en oncontroleerbaar te gedragen. Ze klommen op gebouwen, vielen volwassenen aan en gedroegen zich volgens ooggetuigen alsof ze bezeten waren. De woedende menigte richtte haar agressie op het huis van schout en ketterjager Pieter Fransz. Velen schreven het gedrag van de kinderen toe aan hekserij.

De beschuldigende vingers wezen al snel naar Fye Lievenheers, die twee dagen lang werd gemarteld. Ze bekende niets en werd uiteindelijk vrijgelaten. Vervolgens viel de verdenking op Jacoba Bammen, een katholieke vrouw uit een vooraanstaande familie met connecties in het stadsbestuur. Zij ontkende alle beschuldigingen en onderging de zogenaamde ter purge-procedure gedurende veertien dagen — een periode waarin nieuwe beschuldigingen moesten worden ingediend om het proces voort te zetten. Geen enkele nieuwe aanklacht werd ingediend, en de magistraten begonnen te vermoeden dat de oorspronkelijke beschuldigingen politiek gemotiveerd waren, voortkomend uit spanningen tussen katholieke en gereformeerde kringen.

Later archiefonderzoek bracht een verrassende verklaring aan het licht: de weeskinderen hadden maandenlang voornamelijk hennepkoeken te eten gekregen — een bezuinigingsmaatregel die hun bizarre gedrag mogelijk verklaart. Na 1566 kwamen er in Amsterdam geen heksenprocessen meer voor, waarmee de stad opmerkelijk vroeg afscheid nam van de heksenvervolgingen.

Verdronken op de Nieuwmarkt: het lot van Marijken Jansdr.

Wat is het meest schokkende hekserijincident in Amsterdam?

Op 3 juni 1624 vond op de Nieuwmarkt in Amsterdam een gebeurtenis plaats die de gruwelijke realiteit van volksgeloof in hekserij pijnlijk blootlegt. Tijdens een belastingoproer werd Marijken Jansdr. door een woedende menigte aangevallen. De massa beschuldigde haar van hekserij en gooide haar in het water bij de Nieuwmarkt.

Wat volgde was een informele waterproef — een beproevingsmethode die in Holland officieel niet als bewijs werd erkend, maar die onder het volk wijdverspreid was. De logica was pervers eenvoudig: een heks zou drijven omdat ze haar doopsel had afgezworen, waardoor het water haar zou afstoten. Marijken bleef drijven, wat door de omstanders werd gezien als onomstotelijk bewijs van haar schuld. Een man genaamd Barent Gerritszn. van Leer duwde haar vervolgens onder water en hield haar daar totdat ze verdronk.

Van Leer werd aangeklaagd wegens moord. Onder marteling ontkende hij alles. Uiteindelijk werd hij niet ter dood veroordeeld, maar voor tien jaar uit Amsterdam verbannen — een straf die volgens hedendaagse maatstaven bespottelijk mild is voor wat in feite een openbare moord was. Het geval illustreert de dubbelzinnige houding van de Amsterdamse autoriteiten: ze erkenden dat het doden van een vermeende heks moord was, maar de straf weerspiegelde een samenleving die hekserij nog steeds als een reëel gevaar beschouwde.

Hekserij en folklore in Beverwijk en Kennemerland

Welke rol speelde hekserij in het dagelijks leven van Beverwijk?

Beverwijk, gelegen in het hart van Kennemerland, kende geen gedocumenteerde brandstapelexecuties voor hekserij zoals Amsterdam. Maar dat betekent niet dat het geloof in toverij en heksen hier afwezig was — integendeel. In de kleine dorpsgemeenschappen van Kennemerland was de angst voor hekserij diep verankerd in het dagelijks leven.

Wanneer het boterkarnen mislukte, de koeien plotseling ziek werden of een kind onverklaarbaar koorts kreeg, zochten dorpelingen de oorzaak niet bij bacteriën of pech, maar bij de buurvrouw die alleen woonde, of de oude weduwe aan de rand van het dorp. In een tijd waarin medische kennis nauwelijks bestond, bood het concept van toverij een verklaring voor het onverklaarbare. Epilepsie werd beschouwd als demonische bezetenheid, en geestelijken voerden exorcismen uit met wijwater en wierook, terwijl waarzegsters de volkstaal gebruikten in plaats van het Latijn van de clerus.

Het project Licht op Legenden, dat de vergeten sagen en volksverhalen van Noord-Holland documenteert, heeft meerdere verhalen uit Beverwijk vastgelegd. Lokale historici en regionale theatergroepen brengen deze verhalen tot leven — verhalen over spoken, mirakels en mysterieuze verschijningen die de grens tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke vervagen. De duinen en bossen rond Beverwijk, waar vissers en boeren elkaar eeuwenlang fluisterverhalen vertelden over vrouwen die het weer konden beïnvloeden en vee konden betoveren, vormen het landschap waarin deze folklore geworteld is.

Hoe verschilde de Kennemerlandse hekserij van de grote processen in het zuiden?

Het verschil tussen hekserij in Noord-Holland en de beruchte massaprocessen in het zuiden van Nederland is opvallend. Steden als Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen kenden elk slechts één gedocumenteerde beschuldiging van hekserij, waarbij de verdachte telkens snel werd vrijgelaten. In Weesp werd nooit een vrouw voor de plaatselijke schepenen gebracht op verdenking van toverij. Zelfs in Haarlem, dat naast Amsterdam de meeste processen kende in Noord-Holland, leidde geen enkel vonnis tot de doodstraf.

Deze relatieve mildheid had verschillende oorzaken. De steden van Holland waren welvarender en meer geürbaniseerd dan de plattelandsgebieden in het zuiden en oosten. De rechtbanken waren professioneler en minder geneigd om massahysterie toe te laten. Bovendien speelde het Hof van Holland een modererende rol — het kon vonnissen van lagere rechtbanken vernietigen, zoals gebeurde in het beroemde geval van Schiedam in juni 1593, toen het Hof een ter dood veroordeling wegens hekserij herriep. Die uitspraak werd een precedent dat de facto een einde maakte aan heksenexecuties in de hele provincie Holland.

Vergeleken met de heksenjacht in Roermond van 1613–1614, waar in een enkel jaar tientallen slachtoffers vielen, bleef Noord-Holland relatief gespaard. Maar het ontbreken van brandstapels betekende niet het ontbreken van angst. De sociale uitsluiting, de fluistercampagnes en het wantrouwen dat beschuldigde vrouwen trof waren op zichzelf al vernietigend — ook zonder vonnis.

De Heksenwaag en het einde van een tijdperk

Hoe bood de Heksenwaag van Oudewater redding aan beschuldigde vrouwen?

Tegenover de dodelijke waterproef en de brandstapel stond de Heksenwaag van Oudewater, die dateert uit 1482 en nauw verbonden is met de Noord-Hollandse hekserijgeschiedenis. In Oudewater werden verdachten gewogen op een officiële stadswaag. De gedachte was dat een heks onnatuurlijk licht moest zijn om op een bezemsteel te kunnen vliegen. Het opmerkelijke is dat in Oudewater nooit iemand te licht werd bevonden — elke verdachte kreeg een certificaat van vrijspraak.

De Heksenwaag functioneerde als een rationeel tegenwicht tegen de hysterie en trok beschuldigde vrouwen uit het hele land die hoopten op een eerlijk oordeel. De waag is vandaag een museum waar bezoekers zich kunnen laten wegen en een certificaat ontvangen — een ludieke herinnering aan een dodelijk serieuze geschiedenis.

In 1674 werd Entgen Luijten uit Limbricht als laatste persoon in Nederland ter dood veroordeeld voor hekserij. Haar zaak, die het onderwerp werd van Susan Smits roman De heks van Limbricht, markeerde het definitieve einde van de Nederlandse heksenvervolgingen. Maar de herinnering leeft voort, zowel in de archieven als in de folklore die dorpen als Beverwijk en steden als Amsterdam tot op de dag van vandaag kleurt.

Waarom deze geschiedenis ertoe doet

Waarom is het belangrijk om de hekserij in Amsterdam en Beverwijk te herinneren?

De hekserijgeschiedenis van Amsterdam en Beverwijk is meer dan een curiositeit uit het verleden. Het is een verhaal over macht, angst en de menselijke neiging om in tijden van onzekerheid zondebokken te zoeken. De vrouwen die als heks werden beschuldigd waren bijna altijd kwetsbaar: weduwen, alleenstaande vrouwen, arme vrouwen of vrouwen die simpelweg anders waren dan wat de gemeenschap verwachtte.

In Schotland bood First Minister Nicola Sturgeon op Internationale Vrouwendag 2022 officieel excuses aan voor de Schotse heksenvervolgingen. In Nederland is een dergelijke erkenning tot nu toe uitgebleven, hoewel het geplande Nationaal Heksenmonument de herinnering levend wil houden. Amsterdam — met haar gedocumenteerde brandstapelexecuties op de Dam, de verdronken Marijken Jansdr. op de Nieuwmarkt en de raadselachtige zaak van het Burgerweeshuis — zou een passende plek zijn voor zo'n gebaar van erkenning.

De folklore van Beverwijk en Kennemerland herinnert ons eraan dat het geloof in het bovennatuurlijke niet beperkt bleef tot de rechtszaal. Het was verweven met het dagelijks leven, met de manier waarop mensen ziekte, tegenslag en het onbekende probeerden te begrijpen. Die verhalen verdienen het om verteld te worden — niet als bijgeloof om te belachen, maar als een spiegel die ons dwingt na te denken over onze eigen blinde vlekken.


Lees ook:

← Terug naar artikelen